Geschiedenis van de molen ‘Bataaf’

Eind 18e eeuw was het de adel die het aantal molens bepaalde, want de adel had het recht van wind en gemaal. Door de Franse tijd zijn deze privileges verdwenen en had iedereen het recht om een molen te stichten. In Winterswijk was de ‘Bataaf’ de eerste molen die van dat recht gebruik heeft gemaakt.

Op 28 augustus 1880 “was de eerste bijeenkomst die leidde tot oprichting van de ‘Bataafse’ molen. Met de bouw werd begonnen ten tijde van de Bataafse Republiek, waar de naam ‘Bataaf’ aan ontleend is. Door de verkoop van aandelen hoopte men de predikanten van de Ned. Herv. Kerk in onderhoud te kunnen voorzien. De aanbesteding van het hout van de molen vond plaats op 16 september 1800 voor een totaal bedrag van 3255,– gulden. De ‘Rigtemasten’ ten behoeve van het opbouwen van het achtkant werden op 20 januari 1801 opgericht. Het gaande werk en de molenas werden in hetzelfde jaar op 9 april aangebracht. De ‘Bataaf’ is een zgn. beltmolen en heeft een vlucht van 24 meter. Op 21 mei 1801 heeft de ‘Bataaf’ voor het eerst, nog zonder zeilen, gedraaid. De inwijding van de molen vond plaats op 2 juni 1801 en op die dag werd er ook voor het eerst daadwerkelijk gemalen. De eerste molenaar van de ‘Bataaf’ was Jan Bolthof, geboren op de ‘Nieuwe Watermolen’ (Berenschotmolen). 19 augustus 1801 arriveerde een brief waarin vermeld stond dat men de molen zonder toestemming vanuit Arnhem had gebouwd. Op 19 mei 1802 kwam echter het bericht dat een proces tegen de oprichting van de ‘Bataaf’ was verloren. Door J.W. Boeyink en G. Tenkink ( aandeelhouders ) werd op 3 maart 1843 een verzoek bij de District Commissaris ingediend om een rolkorenmolen bij de ‘Bataaf’ te mogen oprichten. Dit verzoek werd op 5 mei 1843 akkoord bevonden. Door het huwelijk van Johanna Bolthof (dochter van molenaar Jan Berend) met Garrit te Lintum in 1848 werd de naam te Lintum met de ‘Bataaf’ verbonden. Volgens een notariële akte kocht A. te Lintum op 1 mei 1915 de laatste aandelen van de ‘Bataaf’ en had deze de molen nu in het geheel in zijn bezit. De ‘Bataaf’ werd rond 1920 van zijn wieken ontdaan. In 1937 werd de molen weer draaivaardig gemaakt voor de wind. De ‘Bataaf’ werd uitgerust met zgn. Dekker-voorzomen en Ten Have- remkleppen (hier voor het eerst in Nederland toegepast). Tot 1956 heeft de ‘Bataaf’ op windkracht gemalen. In 1963 werden het wiekenkruis en het binnenwerk verwijderd wat het einde van het werken met de windmolen betekende. De diverse uitbreidingen van de moderne maalderij hebben de molenromp deels aan het zicht onttrokken. Op 2 juni 2001 vond de oprichting van de Stichting Molen ‘Bataaf’ plaats; exact 200 jaar na het ingebruik nemen van de molen.

De eerste aandeelhouders van de molen ‘Bataaf’

  • Harmen Jan Tenkink 1/18
  • Jan Willem Esselink 1/6
  • Jan Esselink 1/18
  • Jan Derk Hesselink 1/18
  • Jan Albert Kossink 1/18
  • Jan van Wullen 1/18
  • Jan Roosen 1/18
  • Tobias Vrieze 1/18
  • Jan Vriezen 1/18
  • Tobias Hesselink 1/18
  • Abraham Hesselink 1/18
  • Lubbert Derk Jan Hijink 1/18
  • Jan te Lintum 1/18
  • Gerrit te Lintum 1/18
  • Berend Wevers 1/18
  • Gradus Tenkin 1/18

 

In de latere jaren zijn deze aandelen weer verorven. Vaak in kleinere aandelen b.v. 1/72 aandeel.

Aan de grens

Begin jaren dertig was er een levendige grenshandel met Duitsland. Het graan werd o.a. ingevoerd bij de grens in Kotten (Holtstegge) en weer uitgevoerd aan de grens in Huppel (Knuver). De verdiensten kwamen uit het verschil tussen de in- en uitvoerheffing van het graan. Werd er niet verdiend door het feit dat er onbewerkt graan werd ingevoerd en gemalen meel werd uitgevoerd? Daar heb je toch juist de molen voor nodig? Wanneer er met de wind gemalen werd, klonk er een specifiek geluid van de ronddraaiende wieken. Hierdoor kwam het regelmatig voor dat een voerman, van paard en wagen, vroeg of de wieken stilgezet konden worden. Het paard durfde door het geluid van de wieken vaak niet bij de molen te komen als er moest worden geladen. Na het stilzetten van de wieken was het probleem dan opgelost.

Vervoer wiekenroeden

Op deze foto worden twee roeden van 24 meter lang per paard naar de molen ‘Bataaf’ vervoerd. Na het steken van de molenas werden de roeden aangekleed. Twee wieken met het systeem van de Ten Have-Dekker-remkleppen en twee wie­ken met het Dekker Hollands hekwerk zijn duidelijk zichtbaar.

Doemsenario ‘Brand’

Zover bekend is er een paar keer brand in de molen geweest. Meestal was de oorzaak daarvan het warm lopen van een draaiend onderdeel. Een keer is brand ontstaan door oververhitting van de as boven het ronsel van de steenspil. De toenmalige molenaarsknecht had een ludieke manier om de brand te blussen. Hij greep een paar jute zakken, gooide die over het vuur en plaste de zakken nat. Dankzij deze goede actie is de ‘Bataaf’ toen gelukkig voor een grote brand behoed.

Fingerspitzengefühl

De heer J.A. te Lintum (Jan van de Bataaf) bij de meelbak om te beoor­delen of het graan wat tot meel gema­len moet worden, goed van fijnheid is.

Pin It on Pinterest